Goed spellen is lastig. Zelfs al denk je het kunstje aardig te beheersen, dan nog kan er wat misgaan. Bij deze zeven kwesties bijvoorbeeld. Test jezelf!

Continue

Zie je iets raars aan de spelling van het woord ‘continue’? Waarschijnlijk niet. Het is ook correct, maar … wel alleen in de verbogen vorm. Het onverbogen bijvoeglijk naamwoord is ‘continu’, zonder die extra e. We schrijven dus ‘het water is continu in beweging’, maar een ‘continue beweging’.

Chique

Bij het woord ‘chique’ speelt een soortgelijk probleem. Het bijvoeglijk naamwoord in de verbogen vorm is inderdaad ‘chique’. We spreken dus van ‘chique heren’, ‘chique woningen’ en een ‘chique jurk’. Maar onverbogen is de correcte spelling ‘chic’. Ook in de overtreffende trap hoort geen q thuis. Juist is dus ‘een chic pand’, ‘chic uit eten gaan’ en ‘pa gaat op zijn chicst gekleed naar het feest’.  

Teveel

Weer zo’n woord dat gewoon in de woordenboeken staat, maar dat door veel mensen verkeerd gebruikt wordt: ‘teveel’. In de betekenis van ‘overmaat’ is het correct (‘we hebben al jaren een teveel aan vrijwilligers’). Maar bedoel je er ‘meer dan genoeg’ mee, dan hoort er een spatie tussen ‘te’ en ‘veel’. Bijvoorbeeld: ‘hij had te veel alcohol op’. Twijfel je over de juiste schrijfwijze? Check dan of je het woord kunt vervangen door ‘gebrek aan’ (teveel) of ‘te weinig’ (te veel).

Bovenin de kast

Dit is een lastige, want ‘bovenin’ staat gewoon in het Groene Boekje (de officiële spelling van de Nederlandse taal). De Leidraad hierbij vermeldt als regel: ‘Een bijwoord dat is samengesteld uit voorzetselbijwoorden, schrijven we in één woord. Maar een voorzetselbijwoord schrijven we niet vast aan een voorzetsel dat behoort bij een woordgroep rond een zelfstandig naamwoord.’ Correct is dus: ‘het boek ligt bovenin’ en ‘het boek ligt boven in de kast’.

Er van uitgaan, er vanuit gaan

De combinatie ‘er’ plus voorzetsel is ook zo’n typische instinker bij dictees. De regel is als volgt: als ‘er’ niet bij een werkwoord of zelfstandig naamwoord hoort, schrijven we het voorzetsel aan ‘er’ vast. In dit voorbeeld is het werkwoord ‘uitgaan’. (Hoe je dat kunt weten? Door in Van Dale te checken of het woord er, met de bedoelde betekenis, in staat.) Omdat ‘uit’ deel uitmaakt van het werkwoord schrijf je het dus niet aan ‘van’ vast. ‘Er’ en ‘van’ worden wel samengevoegd. Waarom? Omdat het voorzetsel ‘van’ juist geen deel uitmaakt van een werkwoord of zelfstandig naamwoord. De juiste schrijfwijze is dus: ‘ervan uitgaan’.

Barbeque

De Engelsen korten het vaak af tot ‘BBQ’. Misschien dat daarom velen de neiging hebben dit woord met een q te schrijven. Maar correct gespeld is het echt met een c, dus: barbecue.

Spaties waar ze niet horen

Tot slot is er nog een probleem met spaties: velen van ons gebruiken die meer dan de officiële spelling voorschrijft. ‘Tweedekansstudent’, ‘langeafstandsloper’, ‘gebruikmaken’ – juist gespeld worden al deze woorden aaneengeschreven. Vind je dit muggenzifterij? Kijk dan eens naar het verschil in betekenis tussen ‘drie jarige meisjes’ en ‘driejarige meisjes’.

Dat waren ze: zeven spelfouten waar vrijwel iedereen er een of meer van maakt. Heb je er nog wat van opgestoken? Dan begrijp je waarom het belangrijk is om – als je een professionele indruk wilt maken – je zakelijke teksten te laten nakijken door een corrector. Eenvoudigweg omdat je niet weet wat je niet weet.